Interview uit 1983 met Mellie Uyldert, ter gelegenheid van haar 75ste verjaardag.

Mellie Uyldert!

Wie heeft er geen boek van haar in de kast staan? Als geen ander draagt zij in haar werk bouwstenen aan voor de Nieuwe Tijd. En dat voor iemand die eind mei haar 75ste verjaardag viert. Reden genoeg dus om bij het bereiken van deze mijlpaal in Onkruid méér dan de gebruikelijke vier rubriekpagina’s voor haar te reserveren. Mellie spreekt openhartig over haar jeugd, haar ouders, haar schrijven, haar bijna dood zijn en de taak die haar nog wacht. Haar uitspraken werden opgetekend door Eva Jansen.

De naam Mellie komt van Mellifica: honingdraagster. „Heel toepasselijk, ja. De bij haalt het wezenlijke uit de bloem en maakt het verteerbaar. Ik haal het wezenlijke uit de dingen en probeer het voor de mensen opneembaar te maken."
"Kabouters zien? Praten met planten? Alsjeblieft, laten we het niet over die dingen hebben. Ik word altijd in de kleuterklas gezet terwijl er zoveel belangrijker dingen aan de orde zijn. De grote problemen van deze tijd, laten we het daarover hebben."

"Vaak zien de mensen alleen maar die aspecten van me: het kruidenvrouwtje ben je dan. Mensen zien alleen maar wat ze zelf willen zien, hun eigen verwachtingsbeeld. Heel vroeger heb ik me daar misschien aan gestoord en ik heb heel wat vernederingen geleden in mijn leven. Maar al heel gauw na mijn twintigste kon het me niet zoveel meer schelen. Alleen God weet hoe je werkelijk bent en dat moet voldoende zijn."

"Ik heb niet zoveel in boeken gestudeerd, van de meeste boeken weet ik het grootste deel al als ik ze open sla. Maar ik heb enkele lievelingsboeken die wat voor me betekend hebben. Een ervan is een prachtige allegorie uit de vorige eeuw: „Prometheus der Dulder", door Carl Spitteler, met als thema het verhaal van Prometheus en Epimetheus. Het waren broers: Prometheus was de intuïtie, het voorbedenken, Epimetheus was het verstand, het nabedenken. Het verstand komt altijd achteraan. Prometheus wist altijd wat hij moest doen, zijn ziel zei het hem, al kon hij het voor een ander niet motiveren. Hij verloor alles waar hij op gesteld was, hij werd vernederd maar toch bleef hij trouw aan zijn zielenwijsheid. Epimetheus daarentegen werd een geslaagd man in de maatschappij, die veel eer en aanzien genoot. Tot op een dag de doos van Pandora opengaat en de ziekten en problemen zich over de wereld verspreiden. Dan weet Epimetheus geen raad en de mensen gaan in hun hoge nood naar Prometheus en vragen of hij raad weet. Dan redt Prometheus de hele zaak en ze bedanken hem. Maar dat kan hem niet meer schelen, dan niet meer. Ik heb me met dat verhaal altijd heel verwant gevoeld. Ik ken dat gevoel….."

"Mijn ouders waren voor hun tijd zeer voorlijk. Ze waren vegetariërs en lid van „Rein Leven" en de Internationale Broederschap, die zich onder andere bezig hield met wat we nu sociaal werk noemen. Mijn moeder was in Duitsland geweest en bracht van daaruit natuurvoeding, reform-kleding en dergelijke mee."
"Toen ik zo'n tien jaar oud was had ik al hele discussies over het feit dat ik het verkeerd vond om God in een dichte kerk te aanbidden, dat moest buiten! En ik zat altijd te schrijven, schriften vol. Er was altijd zoveel dat ik opving uit de ether en dat ik weer vorm moest geven dat ik bleef schrijven. Ik schrijf nog..."
"Als klein kind wist ik al dat ik een taak had en ik herinnerde me dingen uit vorige levens. Gelukkig kon ik goed zwijgen want ik wist dingen die de mensen om me heen niet begrepen zouden hebben."

"Zo heb ik het occultisme meegemaakt, vroeger, in het oosten. Iedereen kan een magische techniek van de buitenkant aanleren, of je nu goed of slecht, rijp of onrijp bent. Ik heb wel eens gezegd tegen mensen die dat doen: „Jullie zijn inbrekers in de hemelen. Jullie willen de zaligheid naar je toe halen in plaats van jezelf innerlijk te verbeteren zodat je er vanzelf aan toe komt. Want je krijgt deze dingen vanzelf als je op een zeker punt in je zielsontwikkeling bent aangekomen. Het is een natuurlijk proces dat ieder is aangeboren en waarbij je hogere vermogens ontwaken."

"Ieder kind herhaalt de ontwikkeling van de mensheid in het kort. ledere volgende ontwikkelingsfase is steeds het tegendeel van de vorige. De eerste zeven jaren zijn de magische fase. Het kind vindt alles even vanzelfsprekend, is verwonderd over alles wat er is en laat het op zich inwerken. Het is de fase van het instinct. Het kind drukt zich uit ten koste van z'n omgeving. Je moet altijd een oppas hebben bij een klein kind, het leeft van binnen naar buiten en heeft voortdurend initiatieven. Rondom het zevende jaar begint de tweede fase en dan is het andersom. De autoriteit die het kind eerst in zichzelf bewust was als "ik", ziet het dan in anderen: pap, mam, juf op school. Kijk eens wat die allemaal kunnen, dat wil ik ook! Het kind wil leren, nadoen wat de grote mensen doen.
Z'n verstand begint de boventoon te voeren en dat gaat hij ontwikkelen. Daarna hoon de mens rond z'n veertiende jaar in de puberteit te komen. Dan komt z'n eigen opvatting weer tevoorschijn, hij gaat weer van binnen naar buiten leven, zich uitdrukken en niet laten indrukken. De echte puberteit is een tijd van opstandigheid tegen alles wat je aangeleerd is, je gaat zelf zoeken, je moet de patronen van de nieuwe tijd die je meegekregen hebt, gaan verwerkelijken. Dan komen alle tot dan toe onontdekte vermogens naar boven, het gevoel komt op, men gaat verzen maken, wordt verliefd, heeft grote idealen enzovoort. Op je eenentwintigste krijg je dan de verlichting. In Christelijke begrippen spreek je van wedergeboorte. Dat is het normale en dat is de synthese van het instinctieve en het verstandelijke, wat samen moet komen op het plan van intuïtie - het instinct op een hoger plan. Het echte hogere denken ont-wikkelt zich en je ziet de verbanden, waarom de dingen zo zijn en waarom je ze zo doet."

"Ikzelf ben door allerlei fasen gegaan. Toen ik twintig was zat ik in een menselijk liefdesprobleem. Ik vroeg me af waarom het was mis gegaan. Toen heb ik alles uit alle hoeken en gaten van m'n ziel gehaald. Ik had gelukkig nog nooit van verlichting of meditatie gehoord. Mensen die daarvan gehoord hebben en het gaan zoeken denken al gauw dat ze het gevonden hebben, maar dat is dan meestal helaas maar schijn. De verlichting komt als je alle rommel, alle aangeleerde en nageprate kennis, hebt weggedaan, zodat het licht naar binnen kan komen. Als je durft te vertrouwen in jezelf en dingen durft weg te gooien, te vergeten, dan maak je ruimte. Dat is bij mij ook gebeurd. Op een gegeven moment was blijkbaar alles eruit gehaald en toen stroomde het licht binnen. Toen wist ik waaróm alles was - hóe alles was. Ik was zo mateloos gelukkig, er zijn geen woorden in de taal om dat uit te drukken. Dat inzicht is ook iets heel anders dan helderziendheid. Helderziendheid is een occult kunstje, dat kun je desnoods aanleren. Inzicht komt van binnenuit."

"Het sjamanisme, daar is men ook weer mee bezig. De boeken van Castaneda en dergelijke. En als er dan zo'n echte sjamaan naar Europa reist wordt hij met open armen ontvangen. Het is goed dat alles bewust wordt, maar men moet niet ruilen. Niet de hele bewuste inhoud weggooien om die hele onbewuste ervoor in de plaats te stellen. Want dan veranderen we wel, maar we komen niet verder."
"Het zich losmaken van het verstandelijke bewustzijn en van het gewone ik-gevoel heeft een therapeutische waarde want alles wat verdrongen is komt nu tenminste tevoorschijn. Maar ik vind dat je, terwijl je het verdrongene bewust maakt, je ik niet moet afschaffen. Het is geen vod dat je weg kunt gooien en zeggen: "Goddank, ik ben van de verantwoordelijkheid af, in plaats van het denken ga ik maar occulte technieken toepassen." Ik zie dat als een heel groot gevaar want wat verandert er al niet in één generatie. Dan merk je dat het heel snel gaat. Het andere denken krijgt geen aandacht meer en gaat achteruit. Aan de éne kant is het heel goed dat men het ritme van het natuurlijke leven weer leert kennen en dat men zich daarop laat meenemen maar het andere denken moet niet wegvallen, men moet niet streven naar omruilen maar naar de synthese van dat wat er al was en dat wat erbij komt. De synthese bestaat al. De officiële wetenschap in haar voorste gelederen heeft ontdekt dat alles wat vroeger heel geheimzinnig werd aangeboden door onmaatschappelijke randfiguren en uit het verleden stamde, eigenlijk hetzelfde is wat de wetenschap nu langs een enorme omweg ontdekt heeft. De natuurkunde van de officiële wetenschap blijkt overeen te stemmen met de mystieke leringen van het oude China.
Men laat op het ogenblik de magische boeken van de oude middeleeuwen herdrukken. En men zegt:„Kijk, dat hebben we vroeger niet begrepen maar dat is eigenlijk wat we nu net bereikt hebben. Dat is de synthese. Maar die kun je niet bereiken als je een van de twee samenstellende delen eenvoudig weg gooit en verwaarloost. Nee, beide helften moeten ontwikkelen dan kunnen ze samenvloeien."
 

"Je moet niet naar beneden vallen, je moet naar boven toe. Niet: we willen als de wieren in het water heen en weer bewegen en verder niets, geen wil en geen bewustzijn, nee, wij blijven persoonlijk verantwoordelijke individuen die voor onszelf en voor God rekenschap moeten afleggen voor wat we denken en doen. Maar we moeten wel trachten volledige mensen te worden en geen verdrongen gebieden erop na te houden. Ik heb het allemaal, omdat ik het van kind af aan bewust in me had, altijd zo erg gevonden dat men maar raak leeft, er eigenlijk maar onverschillig op los leeft en alles maar zo lala doet. Bijvoorbeeld hoe bouw je je huis. De Chinezen hebben er al 6000 jaar een heel reglement voor, hoe een plek voor een huis moet worden bepaald: een huis moet komen op een plek die een goede kracht uit de bodem opneemt. Zo zou iedereen z'n passende plek moeten kunnen vinden en daar wonen. Daar moeten we naar streven en niet de massa's maar gauw opbergen in grote ladekasten die maar ergens gezet zijn waar toevallig grond te koop was. Daardoor ontstaan zoveel ziekten van lichaam en ziel. En het is onzin om dan ziekenhuizen te gaan bouwen, dat is het paard achter de wagen spannen. We moeten aan het begin beginnen."

"Ik heb gemerkt dat ik altijd zo'n 25 jaar vóór loop met wat ik opvang uit de ether. Als ik een boek schrijf blijft het vaak 15 jaar liggen voordat het echt verkocht wordt. Zoals "De Taal der Kruiden". Ik ben in het begin van de jaren dertig met een kruidenboek naar een uitgever gegaan, maar ze hadden er geen belangstelling voor. "Maar als iemand een vegetarisch kookboek zou schrijven zou ik het uitgeven," zei hij. Dus heb ik een vegetarisch kookboek gemaakt. "Handleiding voor de moderne keuken" heette het, in 1934 uitgegeven. Mijn eerste boek. Ik had er mijn opvattingen over eten in neergelegd. Een vriend van mij zei dan ook: "Dat is geen kookboek, dat lees je als een roman!" Het zal wel komen doordat ik alles zo opschrijf als het bij me binnen komt. Als kind al, als ik een opstel moest schrijven, zei mijn moeder:
"Heb je nu punten opgeschreven, waar je het over wilt hebben?" maar dat deed ik nooit. En nóg niet. Ik neem een vel wit papier, zet de kraan open en weet van tevoren vaak niet wat er komt, maar toch komt het."

"lk ben zelf heel intellectualistisch opgevoed. Ik kon iedereen van de sokken praten. Ik was een denker, en daarom ging ik in 1928 naar de Nederlandse Vereniging voor Filosofie. Die allang niet meer bestaat. Filosofie:
het liefhebben van de wijsheid, trok me. Maar ik ben er vreselijk in teleurgesteld. Want het was de filosofen om het redeneren te doen, niet om de waarheid. Zodat ze, als ze bijna bij de waarheid waren, gauw een zijstraat inschoten. Ik ben er niet meer naar toe gegaan. Maar later zag ik dat het denken op één lijn en het denken van één punt alle kanten op - het maan- en het zonnedenken - er allebei moet zijn. Er zijn zoveel verschijningsvormen van de waarheid, en toch is de waarheid ook die ene abstractie. Het is maar waar je op let."
"Voor mij is de astrologie de basis en de overkoepeling van alle wetenschappen. Als kind was ik er al door geboeid, ik vroeg aldoor aan mijn moeder wat er toch met de sterren aan de hand was. Later heb ik een winter lang een cursus gevolgd bij meneer Ram in Hilversum. Later heb ik er zelf veel cursussen over gegeven. Mijn levensbeschouwing en denkwijze vind je nog het beste in het eerste deel van mijn Astrologische trilogie: "Kosmische samenhangen" en in het eerste gedeelte van het boek "Het Zonnejaar."

"Met cursussen geven ben ik in de oorlog begonnen. Toen er ieder moment een bom op hun huis kon vallen, veranderden de mensen. Ze werden ontvankelijker voor geestelijke dingen. Toen vroeg iemand mij in 1942 of ik een cursus wilde geven over kruiden. En iemand vroeg of ik voor een kennissenkring over mystiek wilde spreken. Zo kwam van het een het ander en het geven van cursussen breidde zich steeds verder uit. En toen de cursisten bleven vragen om iets zwart op wit ben ik in 1947, met het tijdschrift De Kaarsvlam begonnen. Het verschijnt nu ook in het Duits en het Engels. Ik schrijf alle tekst zelf."

"Ik werk de hele dag, 's zondags, 's avonds, ik houd geen vakantie, alleen ga ik wel op reis natuurlijk maar dat heeft dan altijd een doel: een conferentie houden of iets dergelijks. Als je je werk met plezier doet en je hebt voldoende afwisseling daarin dan hoef je ook geen speciale vakantie te hebben. Werken en spelen is in feite precies hetzelfde. Men is het verkeerd gaan zien, men is gaan denken: werken is altijd naar en zuur en dat moet je nou eenmaal doen omdat je geld nodig hebt en verder niks. Maar werken is hetzelfde als spelen wat het kleine kind doet. Je vermogens gebruiken, helemaal vanzelf. En als al die jongelui die geen baan krijgen niet allemaal zo ingedrukt waren zodat ze niet weten wat ze willen, dan zouden ze uit zichzelf wel iets beginnen. Het zijn nu degenen die nog een beetje wakker en levend gebleven zijn, die zelf iets beginnen, bijvoorbeeld een klein bedrijfje. Ze worden klusjesman om maar iets te noemen of ze gaan graanvlokken pletten. Dat doen de grote fabrieken ook, ja, maar ze willen een eigen bedrijfje hebben en zelf iets nuttigs doen voor de gemeenschap. Afgezien van het geld. Zo moet het en dat is het aardige van al die alternatieve werken leefgemeenschappen. Die werken voor elkaar en drijven een soort ruilhandel en ieder doet waar hij aanleg voor heeft en zin in heeft en heeft plezier in z'n werk en dat is spelen."

"Als je de ontwikkeling van de mensheid vergelijkt met de fasen in de ontwikkeling van het kind, zie je dat bijna alle mensen nu in de tweede fase zijn. We hebben sinds de socialistische revolutie hier in de Europese landen aan de top van de maatschappij allemaal mensen die passen in die rationele fase. Die doen alles uitsluitend met het - lagere - verstand. Dat is ze niet kwalijk te nemen want ze zitten op dat punt. Maar daardoor ontstaan een heleboel schijnproblemen die alleen met dat lagere verstand een probleem lijken. Omdat het directe gezonde waarnemen van de samenhangen niet mag meetellen. Want dat was die eerste fase, dat moet weggedrukt worden. En wat hebben we nu voor onzinnige toestand hier in de welvaartslanden van Europa. De gedachte oorspronkelijk van de socialistische revolutie was: niemand mag armoede lijden en niemand mag door geldgebrek in z'n ont-wikkeling tegen gehouden worden. Dat is op zichzelf goed als beginsel maar men heeft het overdreven. De grote massa, die zo ingedrukt is dat ze eigenlijk niet over die drempel van 14 jaar komt, denkt: als mij geen baan gegeven wordt hou ik m'n hand wel op en de staat geeft me wel geld, ik moet toch eten, een dak boven m'n hoofd hebben? Goed, maar dan verder? Dan liggen al die krachten braak, worden niet gebruikt, gaan woekeren en allerlei rare vormen aannemen. Het Nederlandse volk moet gered worden, de jongeren moeten werken. En als ze dan uit zichzelf geen initiatieven hebben moet de staat projecten maken waarbij ze op een prettige manier bezig zijn om allerlei dingen zelf te maken. Grote projecten, waar de jongeren onder een zekere leiding kunnen werken in een richting die bij hun aanleg past en nuttig is. Namelijk weer op beperkte schaal een soort klein maatschappijtje vormen met ruilhandel. En wie zelfstandig iets wil gaan beginnen kan dat doen."

"En dan moeten de ambachten weer terug komen, ieder maakt iets met z'n beste krachten dat nuttig en mooi is en waar hij zelf voldoening van heeft en een ander is er ook blij mee. Dat is de oplossing."
"Als de fabrieken proberen het tegen te houden zou de regering zelf moeten zeggen: goed, dan doeken we de fabrieken maar op en we zetten de mensen zelf wel aan het werk in grote projecten en die mensen werken dan, dus hoeven ze geen steun te ontvangen. Zo moet het gaan.
"We moeten af van die instelling dat alles om geld draait. Nee, de ziel, daar gaat het om. Dat je gelukkig bent. Dan ben je vanzelf ook gezond, niet doordat je allerlei dokters tot je beschikking hebt, maar doordat je lichaam zichzelf gezond houdt."
"Die werkloosheid ontstaat mede door de mechanisatie. Dat is een vloek en het hoeft helemaal niet. Ja maar, zeggen ze, dat kunnen we niet terug draaien. Dat kan je wel als je wilt. Nu betaalt de staat ik weet niet hoeveel geld aan al die werklozen die er zijn en die machines kosten ook heel veel geld dat je moet afschrijven."

"Die vrijwillige slavernij is een ontzettende ziekte en dat is allemaal die tweede fase in het extreme; het moet door een ander gezegd worden hoe het moet. Plus die bewondering voor de machine: geweldig wat de mens al niet uitvindt. Maar dat is een kronkelredenering. We moeten van de machines af, ze bederven de mens. Je hoeft zelf niet meer te denken, zelf niet meer naar de oplossing te zoeken." Het hongerprobleem is ook een schijnprobleem. Die mensen die honger hebben moet je ook onafhankelijk maken, je moet de sociale werkers zo opleiden dat ze die mensen leren zonder onze uitvindingen op een heel eenvoudige manier zichzelf te helpen, zichzelf te bedruipen."

"De mensen daar zijn niet dom, ze zijn veel wijzer dan hier. We moeten ze terug brengen naar hun oorspronkelijke manier van leven. De natuur voorziet in alles. Ze kunnen hun eigen voedsel verbouwen, om hen heen groeien planten die goede medicijnen zijn, wat hun medicijnman wel weet. We moeten ze niet verleiden om met echte tweede-fase-bewondering te kijken naar wat die ander allemaal kan, die wonderpil van die westerse dokter. Wat wij zouden moeten doen is laten zien dat ze die planten kunnen gebruiken, uitleggen hoe het zit, in de verstandsfase zelf leren begrijpen wat de medicijnmannen allang weten. Wij hebben dergelijke wijze mensen ook gehad. De zwarte middeleeuwen zijn bij ons gevolgd op het uitmoorden van de wijze vrouwen en toen was het volk hulpeloos en heeft de kerk ze afhankelijk gemaakt. Nu moeten we niet terug maar we moeten vooruit naar een fase die precies lijkt op de eerste maar met dit verschil dat we nu bewust zijn van wat we allemaal kunnen en doen. De mensen moeten er plezier in krijgen om verder te komen, om uit de tweede fase te komen, en er zijn nog zoveel mogelijkheden, zoveel cursussen waar je ontplooiing van vermogens kunt leren met een beetje hulp en dat is een goed ding."

"En dan moeten we de mensen ook leren wat goed voedsel is, onbedorven, uit je eigen tuintje, je eigen dingen op je eigen grond verbouwen, dingen die bij je passen. En dat men leert dat men niet zoveel hoeft te eten. Als het goed en vers is en je kauwt het goed dan heb je maar weinig nodig dat is de oplossing en dan is er genoeg voor iedereen."

"Er zijn geen problemen. Het enige probleem is het verkeerde denken wat ook niet hoeft maar weer uit allerlei kinderachtigheden voortkomt. Het is een kwestie van prestige: ik ben ermee begonnen en kan het niet meer terug draaien. Maar je kan altijd terug draaien als je maar wil. We staan op een kritiek punt en het zal ervan afhangen of er voldoende mensen zijn die hun gezond verstand nog gebruiken. Wij moeten allemaal positief denken en bereid zijn om de waarheid te zien. Want we weten ergens wel hoe het is, maar we moeten het erkennen en ernaar leven. En elkaar erop wijzen en voorthelpen. We moeten niet negatief denken van: oh, wat gaat er nou gebeuren, nee, er gaat gebeuren wat wij teweeg brengen. Het komt altijd door onszelf. Ik ben voor een positieve opstelling dat ben ik altijd geweest. Je moet je goede voorstellingen maken van hoe het moet worden, hoe het wezen kan. Het geluk voor je zien. Begin met gezond te leven, te ademen, niet veel te eten, dan gaan de angsten weg en de rest gaat vanzelf. Ikzelf eet heel weinig. Ik moet heel licht eten, mijn gestel verdraagt geen zwaar voedsel. Ik denk dat mijn bloed naar mijn hoofd wil en niet zoveel in mijn maag te doen moet hebben. Al mijn energie gaat in mijn gedachtestroom zitten. Daarom ben ik ook zo blij dat ik alleen woon. Als je altijd mensen om je heen hebt, stellen ze vragen die beantwoord moeten worden, daarvoor moet ik mijn inspiratiestroom loslaten en dat is heel vermoeiend."

"In de herfst van 1981 heb ik een vreselijk verkeersongeluk gehad, ik was bijna dood. Maar dat is me wel vaker overkomen en ik leef toch nog. Ik ben heel lief verpleegd bij mij thuis door Yoke Ferwerda en leerlingen van de Academie voor Natuurgeneeskunde, waar ik ook lessen heb gegeven. En de natuurlijke leefwijze is daarbij belangrijk geweest, die is voor iedereen belangrijk. Maar daarbij - ik heb hier blijkbaar nog wat te doen, mijn taak is nog niet afgelopen."

"Mijn taak, of liever gezegd, mijn voornemen voor dit leven? Dat is om de mensen tot synthese te brengen. Om te werken voor de eenheid van de twee polen, zon en maan, man en vrouw, abstractie en concretie. Geen gemakkelijk leven als je zo'n opdracht hebt, nee, maar het werk is de hoofdzaak. En het is mijn taak. En er is toch één gemakkelijk ding bij: je hoeft niet te kiezen. Want er is alleen die taak."

Dit interview verscheen in Onkruid nummer 32, mei/juni 1983